Regels voor het rijden in groepen.

Het Breda Chapter Holland hanteert bij het rijden in groepen de volgende regels en richtlijnen. Deze richtlijnen zorgen ervoor dat de rit vlot, maar vooral ook veilig verloopt en zijn onder te verdelen in twee categorieën.
De eerste beschrijft de manier waarop een rit met een groep gereden wordt, de tweede geeft algemene richtlijnen die de veiligheid ten goede komen.

Voor wat betreft de regels voor het groepsrijden geldt het volgende.

  • De Road Captains zetten geen wegen, kruisingen etc. af. Zij houden alleen toezicht en overzicht op de groep en assisteren in het geval van problemen.
  • Iedere rijder in de groep dient zich aan de geldende verkeersregels te houden.
  • Iedere rit wordt voorafgegaan door een voorrijder (degene die de route bepaald). Deze voorrijder wordt gevolgd door een Road Captain die de taak van wegzetter vervult.
  • De taak van de wegzetter bestaat uit het veilig en duidelijk aangeven waar de eerste achter hem rijdende motorrijder moet gaan staan om de rest van de groep duidelijk te maken waar de hele groep naar toe moet.
    Dit doet de wegzetter alleen als er van de doorgaande weg wordt afgeweken. M.a.w. als de groep rechtdoor gaat zet hij niemand weg, als er wordt afgeslagen geeft hij aan waar de achter hem rijdende motor moet gaan staan.
    De betreffende motorrijder, de wegwijzer, dient dan d.m.v. het gebruik van zijn knipperlichten, handgebaren of de richting waarin zijn motor staat aangeven waar de rest van de groep naartoe dient te gaan.
  • Achter de groep rijden één of twee Road Captains. Deze zorgen ervoor dat de wegwijzer, de motorrijder die de richting aan de groep heeft aangegeven, weet wanneer de gehele groep voorbij is en de wegwijzer voegt vervolgens vóór de achterste Road Captains en achteraan de groep in.

Het bovenstaande systeem werkt perfect zolang iedere rijder in de groep zich aan deze regels houdt. Voor diegenen die voor de eerste maal meerijden is het raadzaam zich bij het vertrek wat achter in de groep te positioneren zodat zij in de loop van de rit zien hoe e.e.a. in zijn werk gaat.

De algemene richtlijnen voor het in groepen rijden luiden als volgt:

  • Zorg dat je bij de aanvang van de rit een volle benzinetank hebt.
  • Houd afstand en probeer als de breedte van de weg dat toelaat baksteensgewijs te rijden.
  • Kijk regelmatig in je spiegels om de achteropkomende motoren in de gaten te houden.
  • Geef verkeer dat in- of uit- wil voegen de ruimte om dat redelijkerwijs te doen.
  • Pas je rijgedrag aan en rij zo rustig mogelijk wanneer er door dorpen wordt gereden, fietsers worden ingehaald etc.
  • Haal geen motoren van de eigen groep in tijdens een rit, verlaat je positie nooit (tenzij je natuurlijk door de aanwijzer wordt weggezet).
  • De voorrijder heeft een goed overzicht op de weg. Mocht hij een onveilige situatie opmerken dan zal hij dat middels het opsteken van zijn arm trachten aan te geven. Geef dat teken op dezelfde manier door zodat ook de rijders achter in de groep hierop geattendeerd worden.
  • Als er mensen meerijden die van dit alles nog niet op de hoogte zijn, probeer ze dan duidelijk te maken wat de bedoeling is.
  • Zorg dat je tijdens de rit de lidmaatschapskaart van je pechulpverleningsdienst bij je hebt.
  • Een kleine set gereedschap aangevuld met een bandenreparatie set is in noodgevallen altijd handig.
  • Wees alert en concentreer je op het rijden. Praten met de duopassagier kan best maar dan wel zonder je hoofd om te draaien en het zicht op de anderen en de weg te verliezen.
  • Het meerijden geschiedt geheel op eigen risico, de voorrijder of Road Captains zijn nooit aansprakelijk te stellen.

Aanvullend op deze regels geldt het volgende:

  • Iedere deelnemer van door het Chapter georganiseerde ritten is zelf verantwoordelijk voor de technische staat van zijn of haar motor.
  • Indien de Head Road Captain, een Road Captain of een bestuurslid vaststelt dat een motor naar zijn inzicht niet veilig genoeg is om aan de rit deel te nemen, heeft deze het recht om de betreffende berijder deelname aan de rit te ontzeggen.
  • Van iedere deelnemer van door het Chapter georganiseerde ritten wordt verwacht dat er op een verantwoordelijke wijze met het gebruik van alcohol wordt omgegaan en de wettelijke grens niet wordt overschreden.
  • Indien de Head Road Captain vaststelt dat een van de deelnemers, naar zijn idee onverantwoordelijk met het gebruik van alcohol (gedurende de dag waarop de rit plaats heeft) omgaat, heeft de Head Road Captain het recht om de betreffende rijder deelname aan de rit te ontzeggen.